Caro Van Thuyne

Ik schrijf mijn lijf, mijn taal is buik, mijn taal is bloed, het bloed dat liefde heet, ik moet lekken, ik moet likken, ik moet stinken, ik moet stotteren, ik moet baren, ik moet braken, ik moet zoeken, ik moet zingen, ik moet kussen, ik moet krijsen, ik moet snijden, ik moet schuimen, ik moet aan nekbrekende snelheid voorover storten, alleen zo komt mijn taal tot leven. Ik moet vallen en blijven liggen, ik moet twijfelen en niet vluchten maar volgen, ik moet durven vertrouwen op spelen zonder regels, ik moet zonder verontschuldigingen ruimte innemen, ik moet onverschrokken dichtbij komen, zo dichtbij als ik maar kan, mijn lippen tegen de bloedklop in de aders, ik mag niet wegkijken van de pijn, ik moet onversaagd voelen, ik moet denken en niet weten en vrijen met de weifeling, ik mag zweven op de vlerken van mijn onhandelbare onbewuste, ik moet grenzen en conventies met vermetele voeten treden, ik moet brullen als fluisteren niet gehoord wordt en fluisteren als brullen niet gehoord wordt. Alleen zo wordt mijn taal levend vlees. Mijn taal van gillende pijn, van derwisjende hunkering, van bloedzang en verstomming, van rondspattende kleuren, mijn taal van dunne huid zo onbeschermd als de aarde, van schaamteloos vlees en nat, van diepe sporen van oren naar tepels naar spasmend geslacht, mijn taal die galmt in beelden en bezweringen, in zinnen en zintuigen, in echo en associatie, in metaforen en metamorfose, in dieren en tover, in sprookjes over wat achter en onder en naast en voorbij de letterlijke waarheid ligt, mijn taal die niet beweert te weten, of slechts voor even, maar die belooft te zoeken, onbevreesd, meerstemming en strijdig, aangedikt en opgeklopt, grollend en gruwelend, doldriest, baldadig, bont, luid, lekkend, onvervaard vrouw.

(Uit de roman 'Bloedzang')

Caro Van Thuyne debuteerde in 2018 met de verhalenbundel 'Wij, het schuim'. In 2021 volgde de roman 'Lijn van wee en wens', die bekroond werd met de Bronzen Uil, in 2022 het natuurlogboek 'Hier begint de natuur', en in 2023 het moederboek 'Bloedzang'. Eind vorig jaar verscheen 'Hoeveel duizend uren'. Dit hybride werk is "een stomp in de maag, een smeekbede voor empathie, maar ook een troostende handoplegging, en een duwtje in de rug om in actie te komen." Het boek wordt bejubeld door dichters als Astrid Haerens ("De pen van Caro Van Thuyne schreeuwt, fluistert, zingt, bloedt, stroomt over, verplettert en maakt ons radicaal empathisch. Lees dit boek, als een kreet van hoop, als een daad van verzet.") en Peter Verhelst ("'Hoeveel duizend uren' is een j'accuse van jewelste en tegelijk een piƫta van ontiegelijke tederheid. Dat is wat wij in deze tijden nodig hebben: een auteur die van haar taal een wapen maakt, maar dan wel een wapen van hoop.").

Caro Van Thuyne leeft en werkt in het Houtland achter de kust.

Instagram: https://www.instagram.com/caro_van_thuyne/