Fuifreglement

PROVINCIE WEST-VLAANDEREN
STAD LO-RENINGE

UITTREKSEL UIT DE NOTULEN VAN DE GEMEENTERAAD
Zitting van de Gemeenteraad van 20 november 2014

FUIFREGLEMENT

Artikel 1 - Definities

1° Buiten het fuifterrein: parking, toegangsweg …
2° Commerciële fuif: fuif die georganiseerd wordt uit handelsgeest.
3° Fuif: is een dansfeest, met de jeugd als doelpubliek, georganiseerd door een vereniging of één of meerdere personen, waarbij aan de bezoeker de mogelijkheid wordt gegeven om samen te komen, te dansen en drank te nuttigen en waarbij een dj, een orkest of een muziekgroep zorgt voor de nodige muziek. Activiteiten die eindigen vóór 23 uur vallen niet onder de toepassing van dit reglement.
4° Fuifterrein: een afgebakende zone in een zaal, tent of in open lucht waarbinnen o.a. een podium, een muziekinstallatie, een bar, een sanitair blok en een dansruimte aanwezig zijn.
5° Grondplan: schets van het fuifterrein met een afbakening van de verschillende functies.
6° Niet-commerciële fuif: fuif waarvan een deel van de opbrengsten worden gebruikt voor de jaarwerking van de organisatie.
7° Persoonscontrole: het toezicht op en controle van personen met het oog op het verzekeren van de veiligheid op voor het publiek toegankelijke plaatsen.
8° Stewards: leden van de organisatie of personen die betrokken zijn bij de organisatie welke de persoonscontrole verzekeren.

Hoofdstuk I – Verantwoordelijkheid van de organisator

Sectie I – Op het fuifterrein

Artikel 2

Op grond van de artikelen 1382 (foutief handelen) en 1383 (schuldig verzuim) van het Burgerlijk Wetboek, kan diegene die schade of hinder ondervindt naar aanleiding van de fuif, niet alleen de veroorzaker van de schade, maar ook de organisator voor de burgerlijke rechter dagvaarden.

Artikel 3

§1. De organisator van een fuif is verantwoordelijk voor hetgeen gebeurt op het fuifterrein, in de zaal of tent. De organisator neemt alle maatregelen om risico's op ongevallen e.d. te beperken.

§2. De organisator draagt er zorg voor dat:
- er een aansprakelijkheidsverzekering voor het evenement wordt afgesloten
- de nooduitgangen vrij zijn van obstakels
- er toezicht en controle aanwezig is
- de hulp van de politie wordt ingeroepen wanneer zich een geval van overmacht voordoet of de veiligheid niet meer gegarandeerd kan worden
- vooraf met de medewerkers afgesproken wordt hoe ze elkaar kunnen bereiken
- de maximaal toegestane capaciteit wordt gerespecteerd.

Sectie II – Buiten het fuifterrein

Artikel 4

Buiten het afgebakend fuifterrein is de organisator niet verantwoordelijk, behalve wanneer hij een private parking aanbiedt voor zijn bezoekers. De politie ziet erop toe dat de regels van de openbare orde worden nageleefd.
De organisator kan toezicht houden buiten het fuifterrein en het aanwezige publiek aanmanen tot kalmte of stilte bij het verlaten van het fuifterrein.

Hoofdstuk II – Melden van een fuif

Artikel 5

Elke fuif in een zaal of tent moet aangemeld worden bij de burgemeester. Voor elke openluchtfuif is een toelating nodig van de burgemeester.

Hoofdstuk III - Veiligheidsoverleg

Artikel 6

§1. Teneinde het risico op ongevallen en de eventuele gevolgen hiervan te beperken is het verplicht om voorafgaand een veiligheidsoverleg te houden tussen de brandweer, de politie, de gemeente en de organisator.

§2. De gemeente moet minstens één maand op voorhand door de organisator verwittigd worden van het plan om een fuif te organiseren.
§3. Aan de organisator wordt gevraagd om eveneens op voorhand een duidelijk grondplan op te maken met aanduiding of vermelding van alle elementen van inrichting, versiering, … dat besproken wordt tijdens het veiligheidsoverleg.

Artikel 7

De brandweer geeft haar advies aan de burgemeester op het vlak van:
- evacuatievoorzieningen: het aantal uitgangen in functie van het maximum aantal toegelaten personen en de af te leggen evacuatieafstand - ook de inplanting van het gebouw, open lucht terrein of tent en de toegangswegen er daar naartoe moeten voldoende mogelijkheden bieden aan de hulpverleners om een vlotte evacuatie en oplossing aan eventuele problemen te geven, dit om in geval van een brand of ernstig ongeval efficiënt en veilig te kunnen optreden.
- ‘brandgedrag’ van de soorten bekledingsmaterialen, aanwezigheid van brandblussers, pictogrammen, …
- maximum aantal toegelaten personen
- risico-inschatting inzake de plaatsing van diverse installaties zoals generatoren, koelwagens, gasflessen, e.d.
- de mate van aanwezigheid van EHBO hulpmiddelen
- het gebruik van vuurwerk of andere pyrotechnische effecten is verboden.

Artikel 8

De politie geeft haar advies aan de burgemeester op het vlak van openbare rust en veiligheid, met inbegrip van de verkeersveiligheid rondom de locatie van de fuif.

Hoofdstuk IV - Veiligheidsrondgang

Artikel 9

Op de dag dat de fuif effectief plaats vindt, wordt ter plaatse door brandweer en politie nagezien of de richtlijnen, die aan de organisator werden medegedeeld bij het veiligheidsoverleg, nageleefd worden. De politie kijkt tijdens de fuif na of de eventueel ter plaatse overeengekomen afspraken ook nageleefd worden.

Hoofdstuk V - Minimumleeftijd

Artikel 10

De minimumleeftijd voor de toegang tot een commerciële fuif bedraagt zestien jaar.

Artikel 11

Bij fuiven die geen commercieel oogpunt bezitten, worden jongeren onder de volle zestien jaar toegelaten.

Artikel 12

Het gebruik van bandjes (of enig ander middel) die een onderscheid maakt in de aanwezigen naargelang de leeftijd, tussen -16 jaar, 16-18 jaar en +18 jaar, is verplicht.

Hoofdstuk VI – Verlichting

Artikel 13

De buitenterreinen dienen goed verlicht te worden en veiligheidsverlichting moet voorzien worden.

Hoofdstuk VII – Dranken en de recipiënten

Artikel 14

Het gebruik van glazen en flesjes is verboden. Al dan niet recycleerbare bekers zijn een stuk veiliger en dan ook verplicht.

Artikel 15

In uitvoering van artikel 6, §6 van de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten is het verboden om elke drank of product waarvan het effectief alcoholvolumegehalte hoger is dan 0,5 % vol, te verkopen, te schenken of aan te bieden aan jongeren onder de zestien jaar.

Artikel 16

In uitvoering van artikel 16 van de wet van 7 januari 1998 betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken, is het verboden sterke drank te verkopen, te schenken of aan te bieden aan jongeren onder de achttien jaar.

Artikel 17

De organisator mag aan iedereen vragen of hij of zij ouder is dan zestien of achttien jaar. Hij kan de identiteitskaart opvragen.

Artikel 18

Het aanbieden van zuivere alcoholische dranken met méér dan 1,2 % vol gedistilleerde alcohol op een fuif is verboden.

Artikel 19

Het aanbieden van cocktails, die sterke dranken bevatten, zijn wél toegelaten op een fuif, mits het alcoholpercentage niet hoger is dan 6 % [vol].

Artikel 20

Niettegenstaande de beperking van het alcoholpercentage mogen deze cocktails wettelijk gezien ook niet worden geschonken aan min achttienjarigen.

Artikel 21

Wanneer de organisator cocktails aanbiedt, dan worden bekers gebruikt die visueel gemakkelijk te onderscheiden zijn van de bekers voor de andere dranken.

Artikel 22

Alcohol schenken aan een persoon die duidelijk dronken is, is strafbaar en de daarbij horende straf wordt verdubbeld indien de persoon jonger is dan achttien jaar.

Hoofdstuk VIII - Drugs

Artikel 23

De aanwezigheid van drugs op een fuif is verboden. Noch de verkoop, noch het bezit, noch het gebruik van drugs op een fuif is toegelaten.

Artikel 24

De organisator die druggebruik in het openbaar vaststelt, is verplicht dit te melden aan de ordediensten.

Hoofdstuk IX - Rookverbod

Artikel 25

Het is niet toegelaten te roken in de tent of zaal waar de fuif plaatsvindt. Dit moet aangeduid worden door middel van pictogrammen die duidelijk zichtbaar zijn. Buiten kan wel gerookt worden maar dan dienen voldoende recipiënten voor opvang van as en peuken voorzien te worden.

Hoofdstuk X – Persoonscontrole

Artikel 26

§1. Onverminderd de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, kan wie éénmalig of sporadisch een fuif organiseert een beroep doen op stewards. Zij mogen hiervoor niet betaald worden.

§2. De lijst met de namen, adressen en geboortedata van de in te zetten stewards moeten overgemaakt worden aan de politie. Deze lijst wordt ten laatste tijdens het veiligheidsoverleg doorgestuurd naar de politie.

§3. De burgemeester keurt de inzet en de namen van de stewards goed.

Artikel 27

De stewards komen de volgende verplichtingen na tijdens de fuif:
1° zich blijvend onthouden van ieder alcoholgebruik
2° in het bezit zijn van hun identiteitskaart
3° verplicht dragen van fluohesjes, al dan niet uitgeleend door de politie
4° zich onthouden van het dragen van wapens en of handboeien - het bijhouden van een zaklamp is toegelaten, wanneer het voorwerp kleiner is dan 30 cm.

Artikel 28

§1. De opdrachten van de stewards tijdens de fuif zijn:
1° bezoekers aanmanen tot kalmte bij schermutselingen of ruzies
2° de fuifgangers begeleiden naar de nooduitgangen bij eventuele rampen nadat deze voorzieningen eerst geopend werden
3° informatie verstrekken aan de politiediensten en andere hulpdiensten.

§2. De stewards mogen de fuifgangers vragen de tent of de zaal te verlaten als ze storend gedrag vertonen, maar buiten de gevallen van wettige verdediging mogen ze geen enkele vorm van dwang of geweld gebruiken.

§3. Het is niet toegelaten dat stewards andere taken uitvoeren dan het toezicht op en controle van personen met het oog op het verzekeren van de veiligheid.

Artikel 29

Bij elke fuif worden minstens 2 stewards ingezet. Vanaf 200 fuifgangers wordt per bijkomende schijf 100 van aanwezigen een extra steward opgesteld.

Artikel 30

Als er derden worden ingeschakeld, doet men uitsluitend een beroep op de dienstverlening van vergunde bewakingsdiensten. De artikelen 26 en 27 zijn eveneens van toepassing bij de inzet van professionele bewakingsagenten.

Hoofdstuk XI - Geluidsnormen

Artikel 31

In uitvoering van het besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2012 tot wijziging van Vlarem, moet de aanvrager voor elk fuifterrein, waarvoor geen milieuvergunning werd afgeleverd aan de exploitant, een toelating gevraagd worden aan het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente waar de fuif doorgaat voor een maximaal geluidsniveau hoger dan 85 dB(A) en lager dan 100 dB(A).
De burgemeester kan, ongeacht het gevraagde geluidsniveau, de organisatoren verplichten om oordopjes ter beschikking te stellen en het geluidsniveau van de geluidsmeter voor het publiek zichtbaar te maken.

Hoofdstuk XII – Overtredingen

Artikel 32

Het overtreden van de artikelen 5, 6,§1, 14, 18 en 29 geven aanleiding tot het verstoren van de openbare orde. In deze omstandigheden kan de burgemeester de fuif laten stilleggen zonder de mogelijkheid door de organisator om schadevergoeding te eisen van het gemeentebestuur of de burgemeester.

Aldus gedaan in bovenvermelde zitting,

de secretaris,                                                               de voorzitter,
get. D. Ackerman                                                         get. N. D’Halluin

Voor eensluidend afschrift, Lo-Reninge, 14 juli 2020